Toen ze zich wilden verloven, moesten Hubert en Odilia dat bij de aanstaande bruid thuis natuurlijk bespreken (voor pépé was altijd alles goed). Ze hebben dan met haar ouders rond de tafel gezeten en gezegd: “wij zijn van plan om te gaan trouwen, wat dunkt u?”. En dat was goed, daar werden geen problemen van gemaakt. Ze waren toen al 2,5 jaar aan het vrijen. Helemaal in het begin hadden bomma en bompa al inlichtingen ingewonnen in Eisden, uit wat voor familie opa kwam en zo. Maar dat was toen allemaal al achter de rug.

Hubert en Odilia op de pastorij van Opgrimbie tijdens de verloofdencursus.

Opa kwam uit een gezin met allemaal jongens, speelde in zijn jonge jaren enkel met jongens en bracht zijn jeugdjaren door in de chiro en op de normaalschool, allemaal exclusieve jongensclubs. Mama kwam uit een gezin met bijna alleen meisjes, en werd beschut opgevoed. Tijdens hun verloving mochten ze nooit eens een dagje alleen samen optrekken, er moest altijd iemand in de buurt zijn. Maar toch, ze leren elkaar kennen, verloven, en trouwen, het klinkt als een fluitje van een cent… was dat wel zo? Hoe zat het qua (seksuele) opvoeding en dergelijke? Opa vertelt dat ze een verlovingscursus moesten volgen voor ze gingen trouwen.

In de bossen van Zutendaal, ca. 1960.

Die verlovingscursus was een of twee avonden in de week, een aantal weken. Oma meent 6 of 8 weken maar dat schijnt opa wel wat lang toe. Precies weten ze dat niet meer. Volgens een notitie achterop een foto zou het toch van januari tot mei 1961 zijn geweest. Opa weet wel dat een pater van Rekem daar is komen spreken, pater Reinwald. (Oma: “Allez zeg, dat gij dat nog weet!”) Er was ook een notaris of notarisklerk die kwam spreken over de huwelijkscontracten. En waarschijnlijk ook een gehuwd koppel die kwamen vertellen over “het huwelijk”. Dat was in Opgrimbie in een zaaltje in de pastorie. Daarmee moesten ze het doen. Voor de rest hebben ze veel zelf moeten ontdekken. Gegiechel.

Juli 1961, bij de afdamming van de Gileppe.

Oma heeft niet echt kookles gevolgd, alleen thuis bij bomma een beetje geoefend met soep maken. Het kookboek van de Boerinnenbond heeft ze in het begin zelfs ook niet gebruikt, dat kwam pas later. Ze herinnert zich nog dat ze thuis eens spek met “lapbonen” hadden gemaakt. Een van de eerste keren dat zij zelf kookte had ze dat ook gemaakt, maar dat was helemaal mislukt! Dus dat heeft ze daarna nooit meer gemaakt. Ze heeft dat verhaal nog aan zuster Lambertio van het wijkschooltje gedaan, die moest daar ook danig om lachen. Voor de rest was het veel zelf proberen, en door het doen ervaring opdoen.

Bouwplannen

Opa en oma hebben goedkoop kunnen kopen én bouwen. De bouwplaats kostte in die tijd 50.000 BEF. Opa had toen een stukje grond in Eisden liggen, in de buurt van de school. Dat heeft hij verkocht, en met dat geld hebben ze de bouwgrond in Elen gekocht. Dat stukje grond in Eisden was een schenking of erfenis van pépé of de petere. Dat was ook bouwgrond. In die tijd kon je twee soorten bouwvergunning aanvragen: A of B. A was “mag je bouwen en hoe moet je bouwen”. Hij had dat aangevraagd voor het perceel in Eisden, maar daar kwam reactie op dat hij er niet op kon bouwen omdat het perceel te smal was. Hij is dan in dezelfde straat wat rond gaan kijken, daar stonden veel huizen op dezelfde perceelbreedte als die grond van hem. Dan heeft hij een brief geschreven naar Stedenbouw met die bemerking, en toen kreeg hij een positieve bouwvergunning A. Hij heeft het dan kunnen verkopen aan een Pool, Pikorski, die er later ook gebouwd heeft. En zo hebben ze dan in Elen kunnen kopen.

Ze hadden ook zelf in Eisden kunnen bouwen, ze gaven daar tenslotte allebei les op de school en die lag vlakbij. Maar oma wilde daar eigenlijk liever niet wonen. Het was een beetje een “verwilderde” buurt volgens haar. Het lag in de buurt van de Kruindersweg en de Oude Baan, daar stonden veel kleine armere huisjes. Die kinderen werden zo wat aan hun lot overgelaten, liepen de hele dag maar over straat te zwerven. Volgens opa viel het in die straat van hun perceel nog wel mee, maar in elk geval: mama wilde daar liever niet gaan wonen. De Kruindersweg had toen ook wel echt een kwalijke reputatie hé, tot in Duitsland verschenen er sensatie-artikels waarin het als het Sodom en Gomorra van het Maas-Rijngebied werd gekenschetst.

Artikel Kruindersweg in Neue Illustrierte, 22 januari 1961.

De omgeving van het schooltje in Eisden op de Bloemenlaan was dus bepaald geen stichtelijke buurt in die tijd. De Kruindersweg dat was de hoerenbuurt, daar lag de ene hoerentent naast de andere langs heel de weg. Vroeger was dat daar geconcentreerd, later is dat verspreid over heel het Maasland van Maaseik tot Lanaken. Wat je nu langs de Rijksweg ziet, dat lag vroeger allemaal bij elkaar langs de Kruindersweg in Eisden. Er lagen ook twee cinema’s, een fietsenmaker (Giel z’n schoonbroer?) en een paar winkels maar die waren zwaar in de minderheid. En van die buurt kwamen dus ook de kinderen naar de school aan de Bloemenlaan, en ook van café Charbonnage. Dat was de commerciële buurt, eigenlijk.

Nog uit de Neue Illustrierte: de Kruindersweg, een val voor meisjes.

Langs de Oude Baan woonden veel migranten, Italianen vooral. Marokkanen en Turken waren er toen nog niet zo veel. Wel Grieken en Polen bijvoorbeeld, maar vooral Italianen. Op de Kruindersweg woonden ook veel Italianen. Op school verliep eigenlijk alles normaal volgens mama, daar hadden ze weinig moeite mee. Maar om te wonen was dat toch heel anders, dat was geen dorp zoals Opgrimbie, Eisden-dorp of Elen bijvoorbeeld. Dus heeft opa gesolliciteerd in Elen.

Solliciteren in Elen

Ze hadden bij opa thuis altijd gezegd: ge kunt veel beter voor de gemeente werken (een openbare instelling) dan in een vrije instelling (= katholieke school, afhankelijk van de kerk). Dus heeft opa gesolliciteerd in Elen op de gemeenteschool. Een klasgenoot van opa op de normaalschool, Julien Dezeure, die was van Elen en gaf les op de school. Hij woonde in het stationsgebouw op de Stationsstraat in Elen. Zijn vader was stationschef geweest. Julien ging verhuizen naar Rotem en daar les geven. Waarschijnlijk heeft opa dat in de krant gezien, “plaats te vergeven” of dergelijke. Rotem was een grotere school, in Elen waren maar 3 klassen. Rotem was een volledige jongensschool met gesplitste klassen.

De Statie van Elen.

Toen heeft opa in Elen gesolliciteerd bij het gemeentebestuur, dat zat toen nog in het oude gemeentehuis.

De Langstraat in Elen, met links het gemeentehuis (waarvan de zijkanten nog niet opgetrokken waren naar een verdieping). Het volgende gebouw links is een flink uit de kluiten gewassen electriciteitscabine.

De sollicitatie was schriftelijk, aan het college van burgemeester en schepenen. Opa kende zijn wereld: hij is dan al die gemeenteraadsleden gaan bezoeken, om kennis te maken. Er was nog een andere kandidaat, ene Vranken van Opoeteren. Maar die heeft er dus naast gegrepen toen, hoewel zijn vader in Elen verongelukt was tijdens een muziekfeest, met de harmonie van Opoeteren. In de Stationsstraat, in de bocht bij Schols, was er een auto ingereden op de harmonie. De vader van die kandidaat was daarbij omgekomen, enkele jaren tevoren. Je zou zeggen dat die jongen daarom misschien de voorkeur zou hebben, een aantal raadsleden en schepenen waren ook lid van de harmonie… Maar dat is toch niet zo gelopen.

Elen, de klas van opa Hubert, schooljaar 1961-62.

En zo mocht opa beginnen met het eerste en tweede leerjaar, op 1 oktober 1961. Eind 1961 is ook de bouw aan de Rijksweg gestart. Dus als opa naar school ging of terug dan stopte hij meestal even aan de bouw om te kijken hoe het vorderde. Vanuit Eisden was het toch wel een goeie drie kwartier fietsen, ongeveer.

De bouw aan Steenweg 2A, 1962-1963. Het maaiveld van het bouwperceel lag oorspronkelijk een stuk lager dan de Steenweg (net zoals de aangrenzende “wei van Pia”), maar werd later opgehoogd tot aan de bovenkant van de keldervensters.

Eerst ging hij nog met de auto, maar toen die in aanloop naar het huwelijk in juli 1962 verkocht was ging hij met de fiets of – als het in de winter heel slecht weer was – met de bus. Die stopte in Eisden voor de deur en in Elen aan het kruispunt. In de winter van 1964 stopte hij dan bij de nieuwbouw ’s morgens om de ramen open te zetten voor hij naar school ging.

De trouwdag

Het burgerlijk huwelijk is door buurman Huub Machon voltrokken, die was burgemeester. Dat was de 16e juli 1962, ’s avonds een korte plechtigheid. Daarna hebben ze thuis een glaasje gedronken en wat koude schotel gegeten (die had Mia klaargemaakt). Voor de kerk dat was op de 18e, dat was wel een hele plechtigheid.

Op de ochtend van de trouwdag is opa ’s ochtends nog eerst naar Opgrimbie getrokken, oma weet nog dat ze toen haar trouwjurk en zo nog niet aan had. Maar vervolgens moet hij de tocht nog eens officieel hebben afgelegd, waarschijnlijk met Jan Beckers, want die mocht de mooie Opel Kapitän van zijn vader gebruiken en zo hadden ze een mooie wagen voor de stoet. Pépé en de petere waren ook van de partij. Zoals dat gebruikelijk was ging opa als bruidegom zijn bruid afhalen met een boeket bloemen. Gelukkig was ze thuis. Waar dat boeket vandaan kwam weet opa ook niet meer, waarschijnlijk van de Pauwengraaf denkt hij. Dan ging het in stoet met de wagen naar de kerk. De bruid en de zussen Meyers waren allemaal gekleed door tant Mia, dat moet een hels karwei zijn geweest. Toen de plechtigheid achter de rug was ging het hele gezelschap naar café Zinnebie, daar was de aperitief en de maaltijd. Opa en oma trokken nog tussendoor nog met fotograaf Saltarski naar de kapel van de zusters vlakbij voor een foto, en vervolgens naar de fotostudio op de Pauwengraaf. Tegen de avond was het gedaan… Er waren wel een paar andere mensen bij, maar vooral familie. Jan van ’t Bekkerke van de Chiro uit Eisden, die was er wel bij, vooreerst om de bruidswagen te rijden en vervolgens was hij voor de gelegenheid aan tant Elvire gekoppeld, want er waren mannen te weinig. Misschien daarom ook dat Martin en Jaak hun vrouwen niet bij hadden? En dat was het, daarna kon het koppel naar huis gaan. De petere en Tinus waren al vroeger naar Eisden teruggekeerd. Er is nog wel een beetje gedanst na het eten, maar ergens tussen 21 en 22 uur was het gedaan, want de volgende dag moest het jonge koppel op huwelijksreis vertrekken.

Een aantal menukaarten van de trouwmaaltijd zijn bewaard gebleven. Als we die vergelijken met de menukaart voor het huwelijk van Julien en Leny (zus van oma) komen we toch wel wat verschillen tegen. Die van Julien en Leny is mooi gedrukt. Die van opa en oma zijn met de hand geschreven, maar er staan wat vreemde gerechten op: “uitgekraaide wekkers met kampernoelies”; “hardlopers met Eva’s val”. Wat is dat allemaal? De hardlopers zullen hazen of konijnen geweest zijn, waarschijnlijk met appel (“Eva’s val”). Uitgekraaide wekkers zullen haantjes zijn geweest! Het handschrift lijkt op dat van oma, maar volgens oma heeft zij het niet geschreven. Opa herinnert zich er helemaal niets van. De tekst op de voorkant van het menu, dat zou oma nog wel eens gedaan kunnen hebben. Binnenin, dat is oma niet, zij schrijft veel schoner zegt ze.

Er werd echt wel veel werk gemaakt van die menukaarten, ook die van de wijding van nonk Theo is nog bewaard gebleven. Dat waren kleine kunstwerkjes met uitgeknipt papier en dergelijke. Zo maakten ze volgens oma met Kerstmis ook een rijtje boompjes uit papier. Papier verschillende keren vouwen, dan knippen en dan had je een lange rij met allemaal boompjes om op tafel te leggen of neer te zetten. Oma valt het wel op dat zij het allemaal nogal zuinigjes hadden gedaan, door de menu’s zelf te schrijven, het aantal personen beperkt te houden enz. Leny heeft zo zuinig niet gedaan, die hadden blijkbaar al wat meer centen! Aan de trouwfoto’s te zien, bv. die van tant Annie en Louis, daar was veel meer volk dan bij de trouw van opa en oma!

Huwelijk Hubert en Odilia, juli 1962 (zie homepage).
Huwelijk tant Annie en nonk Louis, 1967. 2. Rudi 9. Sylvia 11. tant Maria van Hollands Eijsden 13. Mia 15. Valentin 16. Louis 17. pastoor Vranken 18. Annie 20. bomma 21. Leonora (Zr. Elvira) 23. Hubert 24. Odilia 25. Giel 26. Elvire 27. Julien 28. Leny. Het rechtse groepje met kinderen: Peter, Lutgard, Bart.
Huwelijk tant Mia en nonk Valentin, 1968. 3. Sylvia 5. Rudi 11. Valentin 13. Mia 16. Bomma 19. Leonora (Zr. Elvira) 20. Louis 21. Annie 22. Giel 23. Odilia 24. Julien 25. Elvire 26. Hubert 27. Leny 28. Tant Maria van Hollands Eijsden 29. Nonk Jef van Mechelen-aan-de-Maas 30. Tant Anna van Stokkem 31. Nonk Zjang van Stokkem. De kinderen: Bart, x, Dirk, Peter, Lutgard.

Oma en opa gingen ’s avonds door naar Eisden, naar pépé thuis. Dat was voor het eerst dat ze daar samen gingen wonen, op de trouwdag. Ze hadden het wel al samen al een beetje ingericht. Oma herinnert zich nog wel dat opa in de laatste week nog belde dat ze naar Eisden moest komen om te helpen. Ze wist niet wat gaande was, ze zat thuis in het zonnetje en kreeg bericht dat ze bij een van de buren (bij Berta of bij Gorissen?) moest komen want er was telefoon voor haar. Opa vroeg waar ze bleef, maar oma wist van niks. Nu, meer dan vijftig jaar later weet opa ook van niks meer! In elk geval is ze toen naar Eisden gegaan om te helpen met poetsen en inrichten. De voormalige winkel werd hun woonkamer, de kleine plaats daarachter werd hun keuken en slapen deden ze boven in het voorgebouw (daar hadden pépé en Tinus ook hun slaapkamer). Verder leefden Tinus en pépé vooral in de achterbouw.

Roken

Voor de huwelijksreis is opa’s auto verkocht, zo kon het jonge koppel sparen voor hun huwelijksreis en nieuwbouw. Opa heeft een jaar lang niet gerookt om de reis te kunnen bekostigen. Met het trouwfeest s avonds zaten ze bij Zinnebie, daar werd ook volop gerookt. En opa heeft daar dan ook weer een sigaretje gerookt, van iemand gekregen. Tijdens de huwelijksreis in Luxemburg op een wandeling merkte oma aan opa dat er toch wel iets scheelde. Hij had toch wel veel goesting in een sigaret, dus die zijn toen weer gekocht en zo is hij nog een hele tijd aan het roken gebleven.

Huwelijksreis

De dag erna zijn ze op huwelijksreis vertrokken. Opa denkt dat ze met de bus naar Tongeren zijn gegaan, vervolgens met de tram naar Luik en van daaruit met de trein naar Luxemburg. Bart vraagt of de schotel die vroeger bij pépé in de goeie kamer hing daar vandaan kwam. Hij herinnert zich een zwarte schotel met een tekening van de brug in Luxemburg. Opa weet het niet, dat zou kunnen.

Luxembourg, pont Adolphe et vallée de la Pétrusse.

Daar hebben ze vooral veel gewandeld, en gegeten. Ze leerden daar ook een ouder, gepensioneerd koppel kennen uit Parijs. Toen opa zei dat zijn Frans waarschijnlijk niet zo best was, weet hij nog dat die man antwoordde: “l’essentiel est comprendre et être compris”. Oma haar Frans was al helemaal niet zo goed, daar had ze tijdens haar normaalschooljaren voor gepast, dus ze liet maar begaan zegt ze. Opa weet nog dat ze op een zondagmorgen een wandeling gemaakt hadden, en op een plein speelde de harmonie een concert, dat was heel mooi.

Hoe zijn opa en oma erbij gekomen om naar Luxemburg op huwelijksreis te gaan? Opa: geen idee! Waarschijnlijk een brochure of advertentie in een boekje gezien? Opa herinnert zich niet dat er een reisbureau was, misschien bestond dat al wel op de Pauwengraaf? Maar zij hebben het in elk geval niet gebruikt. Er waren wel blaadjes, bijvoorbeeld “Ons huis”, waarin reizen werden aangeboden. Je kon ze dan via dat tijdschrift op voorhand boeken, zo is dat waarschijnlijk gegaan. En zo zijn opa en oma heel veel later nog talrijke keren onder hun tweetjes op reis getrokken, naar Turkije, naar Malta, naar Cyprus, telkens via een advertentie, maar dan dit keer wel in de Knack.