Geschiedenis is niet iets éénduidig. Er zijn mensen die hun hele leven naar de ware toedracht van bepaalde feiten zoeken, maar we moeten er ons vaak bij neerleggen dat die niet bestaat, zoals de grote filosoof Pontius Pilatus al oreerde: “wat is waarheid?”.

Toen opa en oma kennismaakten was het niet direct liefde op het eerste gezicht. Opa was heel voorzichtig volgens oma. Opa knikt en voegt daar aan toe dat hij zelfs niet geïnteresseerd was! Hij was met de Chiro bezig, en bleef als provinciaal secretaris tot diep in de nacht in Hasselt vergaderen. Daarom had hij ook een auto via de Chiro op de kop kunnen tikken. Dus dat was dag en nacht Chiro, en ’s morgens weer naar school aan het werk. Hij was niet met vrouwen bezig, had helemaal niet de bedoeling om te beginnen vrijen of dergelijke. Oma ook niet zegt ze, maar kijk, hoe lopen die dingen!

Feit is: ze werkten beiden in het wijkschooltje van de Zusters in de voormalige Vuchterstraat op de cité, een zijstraat van de Koninginnelaan in de buurt van de brug van Vucht, naast de latere houthandel van nonk Martin. Nu is die straat de Bloemenlaan, maar in die tijd moet het de Boudewijnlaan hebben geheten. Die school – dat waren eigenlijk enkele barakken. Het is daar dus dat opa onderwijzer werd, en oma kleuterleidster.

Het kleuterklasje van wijkschool Sint-Jan.

Opa zegt: “maar ik werd verleid”! Oma is het daar niet mee eens (“tut tut”). Opa vertelt: er was destijds op de radio een liedje – wat hij niet kende, want hij luisterde niet naar de radio – (oma: “toen was al meer aan de hand”). Zo is het wel begonnen volgens opa. “Kent gij dat liedje niet?” Was een liedje van een Duitse zanger, Kamiel of Camillo? Hij moest dan van oma toch maar eens naar dat liedje luisteren. Dat liedje straalde in elk geval “sehnsucht” en verliefdheid uit. Dus dat was een stille hint. Later blijkt het om het lied “Sag warum” van de Luxemburgse zanger Camillo Felgen te gaan. Oma is zelfs eens een keer doorgefietst naar Opsteyn om het singletje daar te kopen en het vervolgens in de school op de lessenaar van opa te leggen. Hij herinnert zich dat niet, maar ge weet nog: hij zat met zijn gedachten bij de Chiro. Al moet zijn frank tegen die tijd toch zijn beginnen vallen.

En Juliana, die stond ook voor de kleuterklas daar, dat was een halfnicht van opa, die had hun fietsen aan elkaar gebonden met de snelbinders. Dus die moet toen toch ook al wel iets in de gaten gehad hebben, maar volgens opa toch niet van zijn kant! Bart vraagt of oma haar misschien had opgestookt. Antwoord oma: “neenee”. Antwoord opa: “jaja”. Het nodige gegiechel, oma zegt: “het [gesprek] gaat nu in de verkeerde richting!”

Ze kwamen ’s middags op de speelplaats bij elkaar. Juliana had een half uur etenstijd met de kleuters, en dan kwam oma, en dan om 13u kwam opa aflossen. In het begin praatten ze dan even, en dan kon oma naar binnen gaan. Naderhand bleven ze wat langer staan praten, en zo leerden ze elkaar beter kennen. Opa ging dan ’s middags naar huis om te eten en dan kwam hij rap terug, zodat hij goed op tijd op de speelplaats was om nog wat langer te kunnen babbelen. Volgens opa ging oma in het begin al niet terug naar binnen toen haar half uur om was, maar volgens oma was dat pas op het einde. “Nee nee, zo is het begonnen.” We kunnen ons dat van oma niet echt voorstellen, voor zo’n bedeesd meisje te zijn, dat zij dan de eerste stap gezet zou hebben. “Maar toch” zegt opa.

Ze wisten eigenlijk in die tijd niets over het andere geslacht. Bij opa thuis waren het sowieso allemaal jongens, en moeder was vertrokken. Hij moet gedacht hebben: al dat vrouwengedoe, toch maar voorzichtig zijn. Hij had totaal geen ervaring met vrouwen. Van de kameraden was er ook eigenlijk niemand die al een meisje had, hij was een van de eersten. René was op dat moment ook al wel wat voorzichtig aan het vrijen, Mon is nooit getrouwd geraakt. Er zijn er verschillende die pater zijn geworden. René is na opa en oma getrouwd, maar die was in die tijd toch ook al wel aan het vrijen. Ze hebben hem nog met Marleen gekoppeld met de volksdansgroep, op de pui van het gemeentehuis in Eisden op het Vrijthof. Hebben ze nog samen gezongen, een serenade aan Marleen.

Met de fiets naar Scherpenheuvel

Toen het al zover aan was, was het wel een hele fijne tijd volgens oma. (Opa zucht.) Vanaf de school fietste opa dan een heel eind mee langs de Maastrichterbaan met oma tot thuis, in het begin een klein stukje, later helemaal tot aan Vanderpoorten, ongeveer op een kilometer van bij oma thuis. Vandaar de zucht: hij moest toen veel fietsen (“moesten”? zegt oma, “er moest niks, hij deed dat”). Dan moest papa zich omdraaien en terug naar huis fietsen. (“Moest ik?” niks daarvan zegt oma, “dan draaide hij om en fietste ik verder naar huis. Na schooltijd hadden we allebei honger natuurlijk, dus hij zal wel graag naar huis gegaan zijn om te eten!” Opa moest dan weer helemaal terug naar Eisden fietsen, dat was een nog heel stuk om voor hem. Oma: “ik heb hem daar niet over horen klagen, dat heeft hij zichzelf aan gedaan”. Opa: “zo werkte dat”.

Wat opa zich nog herinnert is een verhaal uit een vakantieperiode (Paasvakantie of grote vakantie?). Hij was heel actief bij de Chiro, en ze hadden een nationaal leidersbivak gehad in een tentenkamp op de Holsteen in Zonhoven. Dat had een week geduurd, van maandag tot vrijdag zoiets, het was slecht weer geweest, dus het leidersbivak was een grote modderpoel. Opa was geradbraakt thuisgekomen. En ’s morgens stond oma met een paar zussen (Mia, en nog iemand, Elvire?) bij hem op de stoep te roepen. “Meneer lag nog in bed,” aldus oma. Ze hadden afgesproken dat ze die dag met de fiets naar Scherpenheuvel zouden gaan! Zij wisten natuurlijk niet wat hij de dagen ervoor had doorstaan, gsm en facebook bestonden nog niet…

Bezinningsweekend kaderleden Chiro Limburg Pasen 1960.
Hubert R tweede beneden.

Zij wilden rond 9u vertrekken, maar hij daagde niet op. Ze hadden in die tijd nog geen telefoon, dus dachten ze: we fietsen wel tot bij hem. En meneer lag nog in bed! Gingen ze dan helemaal met de fiets naar Scherpenheuvel, 60 km ver? Jazeker, heen en terug op de fiets tot in Scherpenheuvel, in één dag. Dat was een paar uur fietsen, dan daar wat eten, zitten, rondkijken, en dan weer terug. Dan waart ge wel stikkapot aan het einde van de dag volgens oma. Opa: ik was al stikkapot toen we vertrokken! En het mooiste was nog: ze hadden wind op kop tijdens de heenreis. Ondertussen aan het bidden dat de wind zich zou keren. En toen ze terug moesten was hij gekeerd, hadden ze nog eens de wind op kop! Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, voorwaar.

Oma: dan had hij het maar beter afgesproken moeten hebben hé, daar konden wij niets aan doen… Hij reclameerde niet, volgens oma (opa: “ja wat moest ik dan?”), hij had het zichzelf aangedaan.

Hubert en Odilia op de fiets bij de Molen van Boorsem, 1960.

Stichting Erfgoed Eisden wijdde in haar jaargang 22 nr 2 een artikel aan het wijkschooltje op de Vuchterstraat (later Boudewijnlaan, nu Bloemenlaan). Je kan het hieronder downloaden.

Het gezin Meyers-Welkenhuyzen was zoals zovele katholieke gezinnen kind aan huis in Scherpenheuvel. Vlnr en van achter naar voor: Sylvia Elvira Mia bomma Anna Leonora bompa Theo Leny Odilia Theo Mitzi Rudy Annie

Vastenavond 1959

Oma was de eerste van haar zussen die met een vrijer thuiskwam. En ze was zo’n bedeesd, verlegen meiske. Dus dat moet toch spannend geweest zijn. De zussen volgden natuurlijk alles op de voet. De eerste keer dat opa (volgens hem op de fiets, al had hij een auto) naar Opgrimbie kwam op een zondagmiddag rond vastenavond 1959, om kennis te komen maken, zat de hele familie in de keuken in een grote kring op hem te wachten. Leonore was toen al in het klooster. Theo was ook niet thuis, die zat in Zuun bij de Scheutisten. Rudy woonde thuis maar die was naar de Chiro. Dus zes meisjes gaven met bomma en bompa present om Hubert te verwelkomen, en hij en Odilia mochten dan in het midden van de kring gaan zitten. De normale bezigheden als naaien, breien of lezen werden gestaakt om de vrijer van Odile te bestuderen. En iedereen zat hem maar aan te kijken, heel nieuwsgierig, wie is dat en wat komt die hier doen. Ze waren toen al wel verschillende maanden samen, ze hadden al tijd gehad om elkaar fatsoenlijk te leren kennen, dus oma wist zo goed niet meer waar ze het over moest hebben met iedereen erbij. Bompa probeerde dan het gesprek gaande te houden, maar later zei hij tegen oma: “zeg Odile, maar gij moet in het vervolg ook wat zeggen hé”. Dus ze was blijkbaar wat te stil geweest…

18 december 1960 in Opgrimbie.

Volgende bezoekjes gingen wel vlotter, dat was niet meer in de grote groep en “het nieuw was er van af”. Ze mochten dan ’s avonds gebruik maken van de voorkamer (de beste kamer). Ze gingen dan na het eten, rond een uur of zeven, samen op de divan zitten. Maar de deur naar de keuken bleef dan toch voor alle zekerheid open staan, en tussendoor kwam bompa al eens kijken of alles nog in orde was. Dus zoveel privacy hadden ze dan ook weer niet.

Op stap

Net zoals ze niet zo echt helemaal alleen op de sofa hun kennis van elkaar mochten verdiepen, mochten opa en oma in het begin ook niet zomaar onder hun tweetjes op stap, dat hoorde niet. De tijd dat je op je veertiende bij je vriendinneke kon gaan logeren en met haar de douche delen, was nog ver af. Hun uitstapjes waren meestal bezoekjes aan de kampen van de Eisdense Chiro, of een keertje naar Monschau, dan waren enkele zussen van oma mee. Wel even zo handig als je een fotograaf nodig had! 🙂 Pas op, uiteindelijk was er wel een zeker vertrouwen, ze mochten in 1960 onder hun tweetjes naar het Chiro-kamp in Heppenbach, als ze beloofden “braaf te zijn”.

Op de rooster

Blijkbaar is opa mettertijd goedgekeurd in Opgrimbie. Dat lag niet automatisch voor de hand, want zo’n kind van gescheiden ouders, dat was in die tijd niet echt een goed teken. Bompa was toch eerst eens “kepie gaan luchten” (dialect: polshoogte gaan nemen) in Eisden. Volgens oma was dat eerst via Leonore, die gaf toen les aan de zusterschool en was bij zuster Eduarda, de directrice van de zusterschool gaan polsen. Maar bompa en bomma waren ook eens bij Berben, de kachelwinkel in Eisden op de Dorpstraat, op bezoek geweest – dat was nog ver familie van bomma. Om eens te polsen: “wie is dat, wat is dat voor familie?”. Zuster Eduarda moet opa wel verdedigd hebben, daar stond hij in een goed blaadje. Dat moest ook wel, want opa speelde regelmatig chauffeur voor de zusters, met de Renault die hij als provinciaal secretaris van de Chiro had kunnen aanschaffen! Als de zusters naar een vergadering wilden gaan van het COV of dergelijke, moest hij hun rijden. Dus had zuster Eduarda kwaad over opa moeten spreken, dan had ze een andere chauffeur moeten zoeken! Enfin, eind goed al goed, maar in het begin was er toch wel een klein beetje twijfel.

Klasfoto bij zuster Eduarda, ca. 1950.

Pas op, zuster Eduarda was geen simpele hoor, ze was nogal bazig en ondernemend. Ze spelde zelfs de burgemeester van Eisden en de inspecteur van het onderwijs de les. Die inspecteur voerde haar zelfs met de auto naar Maastricht als ze daar spullen moest gaan kopen voor de school of voor de tombola of zo. Maar de symbiose was wederzijds. Hij kwam altijd op vrijdag inspecteren, want dan werd er in het klooster vis gegeten en daar schoof hij graag bij aan.

Odilia en Hubert met karos voor Kerkstraat 22.

Oma is ook een keer op een zondag mee naar Eisden gereden met opa. Daar waren dan pépé en de petere, ze hebben dan samen koude schotel gegeten en een stukske vlaai. En wat “gekald” (dialect: gepraat). Maar in Eisden was er niet zoveel om goed of af te keuren. Daar zaten ze niet zo mee in. De petere was een hele rustige mens, die zat altijd wat stillekes op zijn eigen.

Oma had van bompa thuis uit ook niet echt raadgevingen meegekregen. Wat hij wel al eens zei, bijvoorbeeld tegen Mia, is van niet bij familie in te gaan wonen, daar komt ruzie van. Dat hadden bompa en bomma zelf ook ondervonden toen ze een tijdje bij de ouders van pa hadden ingewoond (toen hun eigen huis nog gebouwd werd), dat wrong ook behoorlijk met Victorine. Oma en opa hebben wel een tijdje bij pépé ingewoond, tot het huis in Elen af was, maar ze leefden eigenlijk apart – ze aten bijvoorbeeld niet samen. Zij woonden toen in het voorhuis en pépé en de petere in het achterhuis. Daar was plaats genoeg dus ze hoefden elkaar niet voor de voeten te lopen. Mart en Jaak waren ook al getrouwd, die waren voor opa en oma getrouwd. Jaak maar een paar weken voor hun, maar Mart al eerder. In Opgrimbie was oma dus de eerste die trouwde, in Eisden was Hubert de laatste.

Aantrekkingskracht

Nu, in de 21ste eeuw, met al tientallen jaren seksuele opvoeding en dergelijke in de onderwijscurriculae is het quasi-onvoorstelbaar, maar het is een waarheid als een koe: op de normaalschool hebben opa en oma niks geleerd à la “de psychologie van het andere geslacht” of dergelijke. Nee, dat was niet aan de orde in die tijd! Dus dat was het begin van een hele ontdekkingstocht. Oma had van thuis uit ook niks meegekregen over het andere geslacht, voor haar was dat eigenlijk precies hetzelfde.

Gina Lollobrigida en Jane Mansfield, 1957.

Naar schoonheid werd volgens opa en oma niet zo erg gekeken als het op partnerkeuze aankwam, het ging niet over fraaie enkels of een welgevormde boezem of een stevig poepke of een bevallig snoetje. Of dat de tijd van Brigitte Bardot al was, laten we in het midden, maar er werd in elk geval niet zo naar het uiterlijk gekeken volgens hen. (Oma: “dan moet het al lelijk tegenvallen, hé jong.”)

Je leerde elkaar kennen, en naargelang dat vorderde lukte het of lukte het niet. Zo simpel kan het zijn… Waarom voelde oma zich tot opa aangetrokken? “Een rustig type, denk ik?”, gist oma. Op school moest natuurlijk alles netjes en rustig en voorbeeldig verlopen, dus daar viel al niet veel te bakkeleien. En je moest natuurlijk kunnen opschieten met je collega’s … maar wat het echte geheim achter de chemie tussen opa en oma is? Daar hebben we nu, meer dan 58 jaar later, nog steeds het raden naar. Al is het onmiskenbaar zo dat ze nog altijd een bijzonder fraai stel vormen!

29 januari 2021