Tantes en nonkels Meyers

Theodorus Josephus Meyers kwam uit een gezin met 12 kinderen, waarvan 3 jongens. Van de 9 meisjes stierf er ééntje, Catharina, als kind.

Nonk Zjang en tante Fien

De tand des tijds:
boven het portret van Jan Meyers, beneden de afbeelding op zijn grafsteen in Opgrimbie, gefotografeerd 2020. Het graf van zijn vrouw Fien was toen al geruimd.

De oudste was Pieter Joannes Meyers, geboren in 1892, en door iedereen Jan of Zjang genoemd. Hij is oudstrijder van de twee wereldoorlogen, en bouwde een carrière uit als rijkswachter (“gendarm)”. Zijn vrouw was Fien Dexters, en samen woonden zij in Opgrimbie, naast nonk Louis en tant Marie (Vanhelden-Welkenhuyzen). Het was Zjang die zijn broer Theo introduceerde bij de trammaatschappij toen het erop aan kwam hem aan werk te helpen. Er is een anecdote bekend over hoe Zjang bij het kaartspelen ineenzakte en vervolgens weer miraculeus herrees. Wij zien hem op foto’s met Theo en Anna in Lourdes, en op enkele andere familiefoto’s. Zjang had drie zonen, Pieter (Pierre Meyers) Mathieu en Michel.

Nonk Zjang Meyers met bomma Anna in Lourdes, eerste helft jaren ’50.
Nonk Zjang Meyers en zijn buurvrouw Marie Welkenhuyzen bij de communie van Sylvia, 1948.

Hieronder enkele foto’s van Zjang en Fien uit de albums van Jan Meyers uit Genk:

Tant Maria en nonke Jef

Tant Maria (Anna) Meyers °1893, getrouwd met nonk Jef Vranken 1890-1979, was één jaar jonger dan nonk Zjang. Maria en Jef woonden in Mechelen-aan-de-Maas, waar Jef schoenmaker was en zij een schoenenwinkel hielden. Zij waren ook de ouders van Marie-Louise (Wies), de hulp in de huishouding gedurende vele jaren vanaf het moment dat bomma ziek was. Zij hadden nog een andere dochter, Helène, en nog een zoon. Volgens de data in de stamboom op Geneanet zouden tant Maria en nonk Jef op dezelfde dag gestorven zijn, 18-09-1979, maar dat kan niet kloppen. Tant Marie staat al niet meer op foto’s van het huwelijk van Mia en Valentin in 1968. Oma herinnert zich dat zij nonk Jef later is gaan bezoeken in het ziekenhuis van Leut, waar hij herstelde van een liesbreuk. Hij kon toen niet meer spreken.

Nog een familiefoto bij de communie van Sylvia in 1948: nonk Louis Vanhelden (de bakker), zijn vrouw Marie Welkenhuyzen (met Gaby op de arm), nonk Zjang, tant Maria Meyers, Leonora, Leny, Mia, Theo, Rudi, Sylvia, Elvira en Odilia.
Tinus Ramakers met Maria Meyers en Jef Vranken bij het huwelijk van Odilia en Hubert, 1962.

Tant Lies en nonk Henri

Weer een Meyers-Welkenhuyzen combinatie: Elisabeth Josephina Meyers (1895-1958), zus van Theo Meyers, getrouwd met Johannes Henricus Hubertus Welkenhuyzen (1892-1969), broer van Leonardus Welkenhuyzen en dus nonkel van bomma Anna. Twee dochters uit dit gezin, Lena en Alice, trouwden dan weer met Meyersen.

Links Lies oftewel Elisabeth Josephina Meyers, geboren 1895. In het midden tant Lena (Helena Louisa Meyers), geboren 1898. De jongedame rechts is niet met zekerheid thuis te brengen, het kan net zo goed de oudste zus Maria zijn als één van de jongere.
Mogelijks een portret van Harie Welkenhuyzen ca. 1912.
Op deze foto wordt de voorlaatste renner beneden geïdentificeerd als Harieke Welkenhuyzen (Harie van Jhannes). Henri was inderdaad de zoon van Joannes Renier Welkenhuyzen.

Tant Lena en nonke Frans

Tant Lena Meyers Helena Louisa Meyers 1898-1963 was de meter van oma Odilia. In het gezin van Pier Meyers volgde zij op bompa Theo. Zij woonde in Rekem en was getrouwd met nonk François Frans Janssen 1894-1984, gemeenteontvanger in Rekem.

Helena Louisa Meyers, geboren 1898.

Oma Odilia was vroeger als kind heel erg verlegen. Tant Lena was haar meter, maar die kwam niet zo vaak over de vloer dat ze er echt een goede band mee heeft opgebouwd. Sowieso zagen de kinderen hun peter of meter maar een paar keer per jaar toen ze nog klein waren. En dikwijls gingen dan ook niet alle kinderen mee. Lena was een hele lieve, zachte vrouw. Met haar plechtige communie kreeg oma Odilia daar sjieke cadeaus van, en met Sinterklaas ook. Dan gingen ze daar naartoe (naar Rekem, met de fiets), en dan was oma eigenlijk op voorhand al een beetje bang. Volgens opa kwam dat omdat nonk Frans nogal wat laweit had, die kon nogal uitbundig vertellen, terwijl tant Lena heel rustig en zachtaardig was. Oma herinnert zich dat die mensen heel blij waren dat ze de kinderen iets cadeau konden doen, maar dat zij zelf altijd wat bang was en afstandelijk.

Bij de communie van Rudi in 1955: Elvire met buurmeisje Catho “van Netje” Gerrits op de arm, Sylvia, Mia, tant Lena, Theo, ma, Rudy, nonk Zjang van Stokkem (achteraan naast ma), nonk Frans “Laweit” Janssen (peter van Rudy), Leonore, tant Maria van Hollands Eysden, vooraan Annie, Mariëtje van Stokkem (dochter van Nonk Zjang en tant Anna – niet op de foto), achteraan Leny en Odile.

Nonk Frans was een flamboyante, extroverte mens die het goed kon uitleggen. Opa Hubert noemt hem stelselmatig nonk Frans Laweit, maar dat was zeker niet zijn gebruikelijke bijnaam. Hij was voorzitter van de oudstrijdersvereniging ’14-’18 in Rekem (de Nationale Strijdersbond). Je had ook de Vossen (Vlaamse Oud Strijders). Die twee verenigingen verstonden zich niet onder elkaar, de enen waren Belgisch nationalistisch en de anderen Vlaams. Frans was in het dorp een bekend figuur. Zoon Firmin woonde ook in Rekem en andere zoon Lucien in Lanaken. Inmiddels zijn ze allebei overleden. Lucien was bij de harmonie in Lanaken, dat was een goede muzikant. Hij was getrouwd met Annie Janssen-de la Haye. Bompa Theo zei dan altijd nogal smalend “De La Haye – Vanderhagen”. Die was afkomstig van Maastricht, dat was nogal “schoon volk” of deed zich zo voor volgens hem.

Lena had later hartproblemen, daardoor kon zij niet bij het huwelijk van opa en oma zijn in juli 1962. Een jaartje later is ze gestorven.

Tant Fien van Rekem

Tant Fien van Rekem (Maria Anna Josephina 1899-1974), zus van bompa, getrouwd was met Joannes Joseph Machon. Deze staat links van bompa Theo op de recruteringsfoto uit 1918, hij is in hetzelfde jaar geboren. De vader van deze Jef Machon, niet verrassend ook Joseph geheten, is dan weer een broer van Anna-Catharina Machon (1851-1911), de moeder van Nard Welkenhuyzen (vader van bomma Anna). Volgt ge nog?

Oma weet nog dat Fien en Jef ze een hele reeks kinderen hadden. In Rekem woont een leraar cello volgens opa, die heet Roel Machon en die werkt bij radio Klara, en dat is een kleinzoon van tant Fien, zoon van Marcel Machon en Laurentine Crijns.

Over tant Fien valt verder weinig te vertellen, ze kwamen daar als kind wel eens. De zoon Jean was schoenmaker in Rekem, dus misschien lieten ze later daar wel eens iets maken. Jef Machon is gestorven in 1961.

Tant Victorine en nonk Frans

Victorine Meyers en Frans Welkenhuyzen, een nonkel van Anna, trouwden twee jaar eerder dan bomma en bompa. Victorine was de jongere zus van bompa, geboren in 1903, en Frans was een nonkel van bomma Anna, broer van Leonard Welkenhuyzen, slechts vier jaar voor haar geboren. Na hun huwelijk hebben zij nog bij Pier Meyers ingewoond, waar ook bomma en bompa even hun intrek namen voor hun eigen huis in de Kerkstraat voltooid was. Daar zijn toen toch wel spanningen van gekomen tussen Victorine en Anna. Victorine en Frans hebben ook nog bij Alfons Crijns gewoond, een nonkel van bomma Anna (en ook verwant aan bompa Theo), en zij heeft diens jongste zoon Leopold Crijns nog verzorgd toen die jong overleed aan een longontsteking in 1951. Victorine en Frans kwamen in de jaren ’50 regelmatig bij bomma en bompa over de vloer. Daar schoven zij dan mee aan voor het middagmaal, maar zij brachten dan wel hun eigen stukske vlees mee, en Victorine stond er ook op om dat zelf te bakken, want bomma deed dat volgens haar niet hardleers genoeg. Het is nog niet zo heel duidelijk vanaf wanneer Victorine en Frans in Zutendaal woonden.

Tant Anna en nonk Zjang van Stokkem

Tant Anna (Maria Elisabeth) Meyers 1904-1989 was getrouwd met nonk Zjang Joannes Remigius Welkenhuyzen 1907-1991. Jan was een broer van bomma, en Anna was een zuster van bompa. Zij trouwden in 1929, vier maanden na bompa en bomma.

Tant Anna van Stokkem was de meter van Mia, dus die ging daar naartoe met Sinterklaas of met Nieuwjaar. Maar door het jaar zagen ze die ook niet veel. Soms al eens met een kermis bijvoorbeeld. Dan kwamen de tantes en nonkels wel eens af om een stukske vlaai te eten, en de kinderen gingen dan naar de kermis.

Zjang Welkenhuyzen, geboren 1907.

Nonk Zjang van Stokkem was douane beambte aan het veer van Stokkem. Als je van de kant van Nederland kwam, had je aan de Belgische kant eerst een café en daarnaast lag het douanekantoor (ertegenaan gebouwd). Als het veer aankwam van de kant van Holland, kwam de douane naar buiten en soms pikten ze er dan iemand uit die het kantoor binnen moest.

Tant Anna en nonk Zjang bij het huwelijk van Mia en Valentin, 1968.

Het waren van die gezapige, rustige douaniers, vertelt opa. “Ze moesten daar zijn.” Als ze u goed kenden, lieten ze u met rust. Maar ze haalden soms ook wel grapjes uit. Er werd in die tijd veel boter gesmokkeld, en dan zetten ze zo’n madam met allemaal pakjes boter onder haar kleren binnen naast de kachel. Dat verhaal werd in elk geval verteld. Oma vertelt dat bomma en bompa in elk geval ook de grens over gingen en bomma had dan onder in haar rok zakken waar de boter in verstopt werd. Misschien ook wel boven bij de boezem, dat weet oma niet meer.

Ze herinnert zich nog een verhaal van bomma en bompa. Ze stonden in de rij bij de grens en er stond een stel voor hun die werden aangehouden. Die waren wat “miscontent”, en wilden dat de volgenden in de rij ook aangehouden zouden worden. Dus bomma en bompa zijn als volgende aan de beurt, en die douanier neemt hun mee naar binnen. “Oei,” dachten ze, “deze keer hebben we het vlaggen.” Maar die douanier zei, “het is maar om aan die vorige te laten zien, die wilden dat we nu iedereen gingen aanhouden omdat zij gecontroleerd werden”. En ze mochten zo doorgaan.

Zicht van de overkant op café Overzet en rechts daarvan het douanekantoor.

Boter smokkelen deden ze geregeld volgens oma, en ze heeft nooit gehoord dat ze werden aangehouden. Aan de meeste grensposten kenden de douaniers de mensen goed, dus dat ging heel gemoedelijk. Vanuit Opgrimbie was Maastricht natuurlijk heel kort bij, dus dat smokkelen deed vrijwel iedereen. Bompa had waarschijnlijk vanaf ergens in de jaren 1950 een auto. Dus vanaf de jaren 1950 gingen ze waarschijnlijk met de auto naar Maastricht, ook al omdat bomma toen moeilijk kon lopen. Maar hoe lang dat smokkelen daarna nog gebeurde, weet oma niet meer. Die periode heeft niet meer zo lang geduurd.

Douanekantoor in Lanaken. Bomma en bompa smokkelden niet in Stokkem of Lanaken, maar aan de kleine grensovergang in Smeermaas.

Tant Ida en tant Hubertina

Een van de zonen van nonk Zjang en tant Fien ging wel eens met oma en haar zussen mee naar het klooster om de tante nonnekes te bezoeken. Dat waren de twee jongste zussen van bompa, die zaten in het klooster van de “Dochters van de Wijsheid” (Fr: “Filles de la Sagesse”) in Doornik: tant Ida en tant Hubertine. De Dochters van de Wijsheid hadden ook een klooster en een school in Opgrimbie, dus ze zijn allicht van de schoolbanken het kloosterleven in gerold. Ida was de oudste, zij was een bazige, lange non, haar kloosternaam was ook welluidend: Hélène de St. Pierre. Hubertine was klein en heel rustig en leek wat op tant Anna van nonk Zjang van Stokkem. Haar kloosternaam was Hélène Marie.

Links tant Ida, rechts tant Hubertine. Foto bij de gelegenheid van de eremis ter gelegenheid van de priesterwijding van nonk Theo in 1964.

Vroeger in veel boerenfamilies werden de dochters nogal eens naar het klooster gestuurd omdat die op de boerderij niet veel konden helpen. Die kregen dan een bruidsschat mee, en dan was de kous af. En zo kwamen de kloosters aan veel van hun schatten. Dat systeem bestond in elk geval in de tijd dat de katholieke kerk hoogtij vierde en er volop roepingen waren. Vanaf de jaren 1960-1970 werd dat flink minder. Bij een huwelijk was een bruidsschat niet meer aan de orde, dat hebben opa en oma in elk geval niet meegemaakt.

Tant Ida en tant Hubertine bij de gouden bruiloft van Anna en Zjang in 1979.

Nonk Pieter

Pieter Michiel Meyers, jongste broer van bompa Theo, algemeen bekend als Pierre, is een beetje een raadsel in de familiegeschiedenis. Hij zou geboren zijn 19-06-1910 maar in de registers van Opgrimbie is geen geboorteakte te vinden. Volgens “Maaslanders naar Duitsland en Amerika 1850-1914” van M. Rutten is hij geboren bij het brikkenbakken. Veel meer weten we niet van hem, behalve dat hij studeerde bij de Kruisheren in Maaseik (dat staat met name op zijn doodsprentje) en dat hij min of meer voorbestemd was voor een religieuze carrière. Oma Odilia kan zich een verhaal herinneren dat hij als jonge man, toen hij nog studeerde (hij was naar verluid een briljante student), iets gekregen heeft of overspannen is geraakt. In elk geval had de huisarts, dokter Humblé, hem verlof gegeven. Maar hij heeft dat verlof niet uitgezeten, is te vroeg opnieuw begonnen, en heeft dan daarna “iets gekregen” waardoor hij gestorven is. Bompa Theo vertelde daar niet over, dat was een onderwerp dat hij uit de weg ging. Maar tant Annie, die later in Houthalen als familiehulp ging werken, kwam daar op een keer terecht bij een mevrouw uit Opgrimbie waar bompa Theo in vroeger jaren nog achter had gelopen (maar ze wilde hem niet, want “hij was te klein”). En die mevrouw wist tant Annie te vertellen dat Theo haar had toevertrouwd dat Pieter zelfmoord zou hebben gepleegd, iets wat in die tijd uiteraard onbespreekbaar was.

Wat ging Pieter / Pierre in godsnaam in Mortsel zoeken, plaats waar hij volgens zijn doodsprentje overleed? Als hij na zijn studies bij de Kruisheren in Maaseik priester wou worden, zou hij allicht naar het seminarie in Sint-Truiden zijn gegaan. We vinden in Mortsel wel de roemruchte Gevaert-fabrieken, maar geen sporen van een seminarie of een kazerne die zijn aanwezigheid daar zouden verklaren … of wacht efkes, wel een “zwakzinnigengesticht” van de Broeders van Liefde: het Sint-Amedeusgesticht, opgericht in 1895, voorzien van een heuse hoeve op 6 hectaren. Is het daar dat deze veelbelovende jongeman door “de Meester” “rijp gevonden werd voor den Hemel?”, nadat hij op het seminarie overspannen geraakte en vervolgens (wie weet via de Sint-Truidense Broeders van Liefde) in Mortsel werd opgevangen? Het is louter giswerk, we hebben er het raden naar, net zoals naar de oorzaak van zijn overgevoeligheid (al is wel geopperd dat de negentiende-eeuwse nauwe verwantschappen binnen onder meer de families Crijns, Mechels en Meyers in Opgrimbie hier voor iets tussen konden zitten, en al was bompa Theo erop beducht dat zijn kinderen daar ook gevolgen van zouden dragen).

Hier meer info over Sint-Amedeus:

Pierre Meyers, 1910 – 1932.
Het doodsprentje van Pierre Meyers vermeldt niet alleen dat hij een voorbeeldige student en een zeer godsvruchtige knaap met wie weet een religieuze roeping was, maar ook dat hij in Mortsel overleed op zijn 22ste. Rond zijn overlijden zijn er enkel geruchten en raadsels.

Tantes en nonkels Welkenhuyzen

Anna Welkenhuyzen was de oudste uit een gezin van vier. ’t is te zeggen, in totaal werden er dubbel zoveel kinderen geboren, maar de helft overleed heel jong.

Vermoedelijk Marie, Trien, Anna Welkenhuyzen samen met schoonzus Anna Meyers, late jaren ’20.

Na Anna volgde in het gezin van Leonard Welkenhuyzen en Maria Helena Crijns Joannes Remigius Welkenhuyzen (1907-1991). Geconfronteerd met die naam uit de stamboom weet oma Odilia niet meteen over wie het zou kunnen gaan, maar de aandachtige lezer heeft intussen opgemerkt dat het over niet meer of minder dan nonk Zjang van Stokkem gaat (gehuwd met Anna Meyers, zie hierboven).

Tweemaal tant Trien.
Familiefoto bij de communie van Rudi in 1955, met vlnr Sylvia, Leonore, buurvrouw Berta Machon, bomma Anna, Theo, tant Fien Dexters (breed lachend), tant Trien Welkenhuyzen (van nonk Jo Clerx), Rudi, nonk Zjang Meyers, Odilia, Annie, Leny, Elvira, Mia.

Tant Trien (Maria Catharina Helena Welkenhuyzen 1909-1982) was getrouwd met nonk Jo Clerx, en dat was een hele plezante mens. Die had altijd mopjes te vertellen. Beroep onbekend. Tant Trien zorgde voor het huishouden. Zij staat onder meer ook op een foto hogerop deze pagina, bij gelegenheid van de communie van Rudi in 1955.

Helemaal links nonk Jo Clerx, rechts van opa Hubert: tant Lena en voor hem: kleinkind van tant Lena. Foto uit 1959 bij de professie van tant Leonore / zuster Elvira.

Tant Marie Maria Ida Elisabeth Welkenhuyzen 1916-2003 was de benjamin. Zij trouwde met Louis Vanhelden (zie foto hogerop, bij communie Sylvia), werkte in de bakkerij van haar man en deed de winkel. Daar werd alleen brood verkocht, en wat vaste dingen zoals suiker en bloem. Louis was een warme bakker, hij bakte vooral brood en misschien ook wel vlaai maar geen patisserie of dergelijke. Ze hadden drie kinderen, en Gaby was daarvan de oudste – dat was later de wiskundelerares van Bart in de humaniora in Dilsen.

Links tant Marie, rechts tant Trien.

Rechts Marie Welkenhuyzen met haar boezemvriendin en nicht Catrien Meyers.
Een hoogdag voor de familie Meyers-Welkenhuyzen: de eremis van zoon Theo, 1964. Links achter bomma Anna: nonk Louis (Vanhelden). Rechts achter haar: nonk Zjang (Welkenhuyzen) van Stokkem.